Als je voor het eerst een tampon gaat inbrengen, dan kan het best spannend zijn. Maar je leert al snel hoe het werkt.

Tampons zijn verkrijgbaar in verschillende maten met verschillende absorptieniveaus die passen bij jouw bloedverlies, van licht tot zwaar. Als je voor het eerst tampons gebruikt en nog niet weet of tampons voor jou geschikt zijn, begin dan met een tampon in de maat mini.

Was eerst goed je handen. Als je bang bent dat je de tampon niet goed inbrengt, is het handig om eerst eens te bekijken waar hij nou precies in moet. Zoek de schaamlippen met behulp van je vingers of een spiegel: deze lippen zitten voor de ingang van je vagina. Hiertussen moet je de tampon inbrengen.

Haal vervolgens de wikkel van je tampon eraf en maak het touwtje los – deze is belangrijk om je tampon er later weer uit te halen. Hou de tampon nu bij de platte kant vast en neem een comfortabele houding aan: zet bijvoorbeeld één voet op de toiletbril of ga in een gehurkte houding zitten.

Ontspan nu de spieren in je vagina; met deze spieren hou je normaal gesproken je urine op. Als je deze spieren aanspant, is het veel moeilijker om een tampon in te brengen. Adem nu diep in. Adem dan diep uit, spreid je schaamlippen, zoek de opening van je vagina en duw de tampon voorzichtig naar binnen. Duw hem richting je onderrug, dus niet recht omhoog. Duw de tampon voorzichtig op zijn plek tot je vinger niet meer verder kan, en laat het touwtje buiten je vagina hangen.

Als de tampon eenmaal goed zit, voel je geen pijn of ongemak. Is dat wel het geval, dan zit de tampon niet goed en moet je hem misschien verder duwen of het opnieuw proberen met een andere tampon. Als je de tampon niet voelt zitten, dan weet je zeker dat je hem goed hebt ingebracht. En maak je geen zorgen. Je kunt de tampon nooit te ver naar binnen duwen, omdat de ingang van de baarmoeder te klein is voor de tampon. Vergeet niet om vervolgens je handen goed te wassen.